Stibium (Antimoon)
Een van de belangrijke
geneesmiddelen in de antroposofische geneeskunde
is het metaal Stibium,
ofwel Antimoon.
Tegen aambeien worden
stibium zetpillen gebruikt, voor eczeem stibiumzalf,
en bij psychosen stibiuminjecties.
Zeer uiteenlopende
kwalen dus, en dat ligt aan de basale werking van het middel.
Geschiedenis
Paracelsus, een beroemd
arts uit de 16e eeuw, gebruikt als een van de eersten
het stibium als geneesmddel.
In de opvolgende tijden werd stibium gebruikt als
braakmiddel. Hiertoe
maakte men bekers van dit metaal, en liet de wijn daar
een nachtje in staan.
Dan vormde zich een wijnsteenzuur verbinding van Stibium,
en daags na een flink
drinkgelag gebruikte men dit om te kunnen braken.
De duitse vorst Franz
IIe vaardigde een verbod uit tegen het gebruik van antimoon
vanwege het misbruik
ervan door monniken.
Vandaar de naam: antimoon
=anti mönch, tegen de monniken. Ook maakte men in die tijd
kleine antimoonbolletjes
als middel voor een betere spijsvertering. Men slikte ze in,
en als ze er weer
uitgekomen waren, werden ze weer gebruikt;
vandaar de benaming
"eeuwige pillen".
In het begin van deze
eeuw werd stibium ook in hoestpoeders verwerkt.
Nu speelt het geen
enkele rol meer in de reguliere geneeskunde.
Hardend
Het metaal antimoon
is een zeer helder weerkaatsend metaal dat hard en brokkelig is.
Antimoon heeft de
eigenschap andere metalen harder te maken. Zelfs het vrij zachte lood
kan hard worden. Dit
werd toegepast in granaten. In de eerste wereldoorlog werd daar
volop gebruik van
gemaakt. De uitvinding van dynamiet heeft het delven naar antimoon(gelukkig)
sterk verminderd.
Ook de drukletters
van de drukkerijen bestonden uit het geharde lood. Het hardende wordt
in
de metallurgie nog
altijd gebruikt. Als tin met antimoon wordt gehard, krijgt
men een
mooi zilverglanzend
metaal, het britannia-metaal, dat bv. voor bestek geschikt was.
Deze belangrijke eigenschap
van antimoon noemen we hardend en vormend.
Dit zal belangrijk
blijken voor de geneeskundige werking.
Tegenwoordig wordt
het nog in brandwerende kleding gebruikt. Antimoon helpt vuur doven.
Antimoniet en levenskrachten
De vorm van het antimoonerts
(een zwavelverbinding) is opvallend: het vormt staafjes,
die vanuit één
punt alle kanten op wijzen. Het laat een uiteenstralen naar de periferie
zien.
Het staat kennelijk
onder invloed van dat soort krachten, die naar de periferie wijzen.
Dat zijn de levenskrachten die dat doen. Ze staan tegenover de aardekrachten,
Antimoniet is dus een mineraal dat met behulp van zwavel de levenskrachten zichtbaar maakt,
De werking: vormend
op eiwitprocessen.
Bovengenoemde eigenschappen
en fenomenen helpen begrijpen wat Rudolf Steiner aangaf
over de werking van
het antimoon: het werkt vormend op eiwitprocessen.
Nu zijn eiwitten bij
uitstek stoffen die een mens opbouwen en alle levensprocessen mogelijk
maken.
Eiwitten zijn tere
verbindingen die in een waterige omgeving werken, in het gebied van de
levenskrachten.
Antimoon verwees al
naar dat gebied, en tegelijkertijd heeft het dus ook vormende eigenschappen.
Als antroposofische geneesmiddel
Huib de Ruiter