De term ADHD is een afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder,
te weten: aandachtstekort- stoornis met hyperactiviteit. Een populaire variant
is: ADHD = Alle dagen heel druk. En er zijn nog een paar uitdrukkingen in
omloop, bijvoorbeeld: iemand is een stuiterbal; een auto zonder remmen; er
is storm in het hoofd.
Dat maakt al met al duidelijk waar het om gaat. Er is veel onrust zowel innerlijk
als uiterlijk. Het betreft een probleem wat vooral bij kinderen, pubers en
jongvolwassenen voorkomt. Men schat dat 1 op de 25 kinderen c.q. jeugdigen
ADHD heeft, tegen 1:100 van de volwassenen. (Voor het gemak wordt hieronder
verder van 'kinderen' gesproken). Jongens hebben er 3x zoveel last van als
meisjes.
Is een kind lastig dan wordt tegenwoordig al snel over ADHD gesproken. ADHD
is in de mode. Vroeger (vanaf 1947) heette het MBD, Minimal Brain Damage,
sinds 15 jaar heet het ADHD. Er is ook een ADHD zonder hyperactiviteit: ADD.
Dat komt meer voor bij meisjes. We zullen dit beeld niet bespreken.
Scholen oefenen vaak druk uit om een bewegelijk kind te laten testen - en
om na een positieve test medicatie te laten nemen. Dat geeft immers betere
schoolprestaties en daar kun je als ouders niet makkelijk iets tegen in brengen.
Vroeger werd alleen in ernstige gevallen deze diagnose gesteld. Er zijn tegenwoordig
regelmatig geluiden dat de diagnose te makkelijk wordt gesteld.
Symptomen
De symptomen bij ADHD zijn individueel. Hieronder staan er een heel aantal
genoemd, maar ze komen natuurlijk niet allemaal tegelijk voor.
In de antroposofie kun je drieledig naar een mens kijken en dat gaan we meteen
toepassen.
Het hoofdgebied is het bewuste gebied van het denken e.d., het middengebied
betreft het voelen en het stofwisselings-ledematengebied heeft met doen en
willen te maken.
Een aantal symptomen van ADHD beschrijft meer het aandachtstekort, dus wat
zich in het hoofd afspeelt. Andere gaan meer over de hyperactiviteit, het
gebied van de ledematen. Ook zijn er symptomen die meer bij het middengebied
passen.
Aandachtstekort:
Middengebied
Sterk in Sympathie - antipathie
Onzeker (worden gepest)
Geen "common sense",
Geen afstemming op omgeving
Vaak is er een vertraging in de ontwikkeling.
Rust niet in het midden, daardoor moeilijk gewaarworden, beleeft zichzelf
niet.
Komt niet in een proces
Hyperactiviteit
Zeer beweeglijk
Rondrennen, doordraven
Wórdt ahw bewogen
Wild gedrag
Veel praten
Antwoordt te vroeg
Kan niet op beurt wachten
Dringt zich op
Motoriek niet goed
Ongeduldig
Agressief
Oppositioneel, snel verzet
Spanningen
Koud, zweetvoeten
Slecht slapen
Vermijding van antipatieke
Slecht eten (niet aan tafel komen)
In alles té
Men onderscheidt twee typen kinderen. Het type kind met het accent op de aandachtsstoornis
- het tengere zintuigtype- en het kind met een accent op het hyperactieve,
het stevige, impulsieve en eventueel destructieve type.
In een lijst met symptomen is het nu de kunst alle symptomen samen tot een
beeld te vormen en niet enkele losse punten eruit te halen en daar conclusies
op te baseren.
Deze opsomming van problemen laat zien dat een kind met ADHD veel eisen stelt
aan de omgeving, met name voor de ouders, zusjes en broertjes en de leerkrachten.
Maar het is belangrijk te bedenken dat het kind er zelf ook onder lijdt. Voortdurend
is er kritiek op zijn of haar gedrag. Dat kan veel onzekerheid geven en versterkt
de onrust.
Waar ligt de grens
Het hoort bij kinderen in het algemeen dat ze levendig zijn, niet altijd goed
opletten en aandacht vragen. Waar ligt de grens tussen ADHD en levendige,
bewegelijke, intensieve kinderen? Die grens is niet altijd scherp te trekken.
Waar er problemen zijn met leren, met de ontwikkeling en er problemen zijn
in het sociale, thuis of op school, daar kan aan ADHD gedacht worden. Dan
is er een serieus onderzoek nodig door een deskundige, die ook kijkt of er
andere oorzaken zijn, zoals grote spanningen in het gezin of op school, trauma's,
mishandeling, echtscheidingen die heftig zijn verlopen e.d.
Oorzaken
Er lijkt een erfelijke component te zijn bij ADHD. Met andere woorden, voor
een deel zit het in het gestel, in de constitutie. Is er ADHD in de naaste
familie, dan is er 5x zoveel kans dat een kind met ADHD geboren wordt. Bij
de 3e generatie, dus als deze kinderen later zelf kinderen krijgen, is de
kans gestegen tot 75%. Dit is een erg hoog percentage en dat vraagt om een
kanttekening bij 'erfelijkheid'. Natuurlijk krijgt men altijd iets van het
gestel van zijn ouders mee. Tegelijkertijd ziet men vaak dat kinderen iets
heel eigens hebben, wat soms zelfs bij de ouders niet direct te vinden is.
Dat onze genen veel te zeggen hebben wordt nog altijd beweerd, maar is achterhaald.
Omgevingsfactoren hebben een grote invloed op onze genen.
Daarbij is een mens een geestelijk wezen en zijn lichaam is zijn instrument.
Overeenkomst tussen gezinsleden zal ook een geestelijke verwantschap als achtergrond
hebben, misschien meer dan een genetische. Vanuit die gedachte heb je niet
zozeer ADHD omdat je vader of moeder het heeft en de aanleg genetisch doorgeeft,
maar je bent geestelijk verwant aan je vader en/of moeder - daarom wordt je
ook bij hen geboren - en heb je net als hem/haar ADHD.
Medisch heeft men gevonden dat in de hersenen de frontale kwab, het voorste
gedeelte van de hersenen minder goed werkt. Dat gedeelte van de hersenen werkt
remmend op allerlei impulsen. Bij ADHD is er dus sprake van ontremming zoals
ook de ervaring leert. Tevens zijn hersenen gemiddeld ietsje (4%) kleiner.
Antroposofisch beeld: Klein- en groothoofdige kind
Om ADHD beter te begrijpen kijken we naar één van de antroposofische
inzichten over kinderen en hun constitutie, betreffende het groothoofdige
en kleinhoofdige kind.
Al vrij jong zie je bij kinderen een bepaalde manier van doen en reageren.
Je hebt rustige kinderen en ondernemende kinderen. Bij de rustige kinderen
valt nogal eens een wat groter hoofd op (m.n. het voorhoofd). Bij de ondernemende
kinderen is het hoofd vaak wat kleiner. Belangrijker dan deze uiterlijke kenmerken
is de dynamiek die deze kinderen laten zien.
Het groothoofdige kind kan urenlang in de box zitten spelen, met iets heel
kleins. Het is een goede slaper en eter, maar bewegen is beperkt en de motorische
ontwikkeling traag. Wat ouder zijn het de kinderen met veel fantasie en kleurige
tekeningen. Het geheugen is minder goed, exacte vakken zijn niet hun sterkste
kant.
Dit kind heeft baat bij het 's ochtends wassen van het gezicht met een koude
washand en hartige voeding. Bewegen moet gestimuleerd worden.
Kleinhoofdige kinderen gaan van het ene speeltje naar het andere. Ze zijn
naar buiten gericht en zodra het kan gaan ze de hele kamer rond. Alles wordt
onderzocht. Kijken en doen is het devies. Ze zijn snel afgeleid door indrukken.
Het slapen is snel verstoord en de spijsvertering is niet sterk. De motorische
ontwikkeling is vaak versneld. Later is er een wakkerheid en nuchterheid,
fantasie en kunstzinnigheid zijn vaak beperkt.
De stofwisseling is niet sterk en het hoofd wordt vanuit de stofwisseling
onvoldoende gevoed. Dit kind heeft warmte nodig, bijvoorbeeld een warme kamillewikkel
op de buik voor het slapen gaan en een verwarmende voeding; het moet meer
in de stofwisseling komen.
Het is van belang de dynamiek en het geheel te herkennen en niet af te gaan
op losse verschijnselen. Bovendien hebben de meeste mensen van beide iets.
En daarbij hebben we het hier over gezonde kinderen. Maar i.v.m. ADHD is het
beeld van het kleinhoofdige kind interessant. Het lijkt erop dat bij ADHD
die dynamiek versterkt is en problematisch is geworden. Er is teveel buitenkant
en te weinig innerlijke rust.
Remmen van impulsen
Hoe een mens reageert op prikkels is een kwestie van innerlijke wisselwerkingen
tussen bewustzijn, voelen en willen. Normaal volgt na een waarneming een impuls,
een handeling. Die impuls wordt min of meer geremd. Bij het zien van een gebakje
volgt een gevoel van sympathie en daarna een impuls. Deze impuls kan worden
waargenomen en het denken kan daar vervolgens een rem op zetten. Er is een
bewust "nee". Moeilijker beslissingen zoals gewetenskwesties komen
niet zozeer in het denken als in het middengebied, het hart tot stand. Daar
voelen we wat moreel juist is of niet juist is.
Er zijn overigens vele varianten van reageren, ieder mens doet dat op zijn
eigen wijze; bijvoorbeeld eerst veel denken en dan met moeite tot doen komen,
of eerst het gevoel laten spreken en vandaar uit direct handelen enz. En dan
is er ook de variant: waarnemen en direct handelen. Daar hoopt de verkoper
op: "zien is kopen"! Dat is de impulsiviteit. Wat we allemaal wel
eens hebben is regel bij ADHD. De gebieden die kunnen remmen, het denken en
het gevoel, het bezinnen vanuit het hart, worden gepasseerd.
Ik en nee-zeggen
Het remmen van impulsen heeft te maken met het Ik van de mens. Het Ik werkt
enerzijds in het denken. Bij de mens is ten opzichte van dieren de frontale
hersenkwab sterk uitgevormd. Dat heeft het denkvermogen tot stand gebracht
en dat denken onderscheidt ons van het dier. Een mens kan denken en nee zeggen
tegen een impuls.
Anderzijds werkt ons Ik in het hart. Daar werkt het Ik in morele krachten,
zoals in het geweten, in het nemen van beslissingen en in het vermogen lief
te hebben.
ADHD komt rond het 20e jaar meer tot rust. Dat is de leeftijd waarop in de
ontwikkeling naar volwassenheid het Ik tevoorschijn komt en orde kan brengen.
Hoogsensitiviteit
Er is meer over de constitutie van een kind te zeggen. Eén constitutie-probleem
lijkt naast te sterke kleinhoofdigheid ook van belang en dat is wat tegenwoordig
hooggevoeligheid wordt genoemd. Hier speelt een te grote openheid naar de
buitenwereld. Er is een zekere grenzeloosheid, zowel in de waarneming van
de wereld als ook in de zielereacties (in alles té). Het beleven speelt
zich in de buitenwereld af, er is moeite dicht bij zichzelf te komen en grenzen
te stellen.
Therapieën
Dieet
Allereerst is er in de voeding wat te bereiken. Voeding zonder kleurstoffen
en chemicaliën kan al veel verbetering geven, dat is al 30 jaar bekend
(Feingold 1965). De toevoegingen in ons eten zijn er nog altijd volop.
Suiker beperken is ook gunstig. Teveel suiker maakt week, zwak en instabiel.
Phospor is ook een boosdoener en dat is ook al lang bekend (Hafer 1974). Phosfor
reguleert de suikerstofwisseling, maar teveel Phosphor ontregelt het juist
weer. Bijvoorbeeld worst en vooral cola zijn fosforrijk. Aluminium bindt fosfor
en kan dus helpen.
Zink kan nut hebben; zinktekort bij ratten maakt ze hyperactief.
Meervoudig onverzadigde vetzuren, bv visolie, met omega-3 verzuren zijn gunstig;
ze zijn een voorloper van
Fosfatidylserine, dat de suikerstofwisseling in de hersenen verbetert.
Carnitine (soort aminozuur, antioxidant) heeft ook een gunstig effect. Regelmatig
verschijnen onderzoeken in de pers die laten zien dat een (streng) dieet bij
meer dan de helft van de kinderen een heel goed resultaat heeft.
Reguliere medicatie: Ritalin
En dan het middel dat al veel naam heeft gemaakt: Ritalin (methylfenidaat).
(Het middel Concerta is een langer werkende vorm, dat werkt 10 uur i.p.v.
4 uur). Ritalin is een wekamine (a.h.w. een variant van speed). Het valt onder
de opiumwet. Hoe kan een opwekkend middel nu toch rust brengen? Het blijkt
dat Ritalin op de frontale kwabben werkt. Door die actiever te maken, ontstaat
er juist een remmende werking op de rest van de hersenen. Ritalin wordt heel
veel voorgeschreven. Het helpt soms heel goed, maar regelmatig ook niet. Er
zijn ook allerlei bijwerkingen mogelijk bij zo'n middel. Er kan slapeloosheid
optreden en de eetlust kan verminderen. Het kan ook depressiviteit of psychotische
reacties geven. Ritalin wordt als wondermiddel gepresenteerd. Dat lijkt het
soms ook. Als een kind echter qua karakter verandert en zichzelf niet meer
is, dan wordt het tijd te stoppen. Psychofarmaca geeft men liever niet aan
kinderen. Eigenlijk zouden voeding, natuurlijke geneesmiddelen en een pedagogische
aanpak voorop moeten staan en de basis moeten vormen, met als eventuele toevoeging
de Ritalin.
Pedagogische aanpak
Een paar mogelijkheden op algemeen pedagogisch gebied:
" Het oefenen van "Stop-denk-doe" (kijken is er al aan voorafgegaan)
" Lichaamsbeweging, bij voorkeur in de natuur. Gerichte beweging helpt,
de natuur is harmoniserend.
" Omgeving rustiger maken (té rustig geeft ook weer spanning)
" Structuur bieden
" Selecteren en snoeien
" Speltherapie waarbij het kind geholpen wordt uit patronen te komen
Antroposofische aanpak en therapieën
" Rust Regelmaat Ritme - is niet alleen voor baby's goed
" Spelen- in spelen ontstaat gerichtheid in het bewegen, er is sociale
interactie
" Tekenen, schilderen en boetseren kunnen concentratie bevorderen
" Euritmie is oefenen van een doorzielde beweging, in contact met het
hart
" Inwrijvingen of massage brengt naar binnen en versterkt de stofwisseling
Antroposofisch medicatie
In de metalen -in homeopatische vorm- vinden we verschillende mogelijkheden:
Plumbum (homeopatisch lood) werkt dempend en sterkt het zelfbewustzijn
Stannum (tin) versterkt het denkproces, het ritme en werkt beheersend op ongerichte
beweging
Aurum (goud) geeft harmonie, ondersteunt het hart
Cuprum, koper kan de stofwisseling versterken, werkt ontkrampend en ondersteunt
het luisteren
Argentum (Zilver) helpt het verankeren in de stofwisseling
Stibium doet dat ook en geeft structuur
(Ferrum, IJzer, zou de ADHD kunnen verergeren. IJzer is een kracht naar buiten,
een kracht om te dingen te doen. Mercurius, kwik, zou ook verergering kunnen
geven, omdat het de beweeglijkheid versterkt)
Verder zijn er verschillende geneesmiddelen die de stofwisseling en het middengebied
helpen ontplooien.
ADHD en deze tijd
Vele grootheden worden achteraf 'verdacht' van ADHD: Churchill, Clinton, Mozart
en Beethoven. Daarbij sluiten een aantal bekende Nederlanders zich aan: bijvoorbeeld
Freek de Jonge, Dolf Janssen, Jochem Meijer. ADHD sluit creativiteit niet
uit en kan mede door onconventionaliteit leiden tot vernieuwing op allerlei
terreinen.
Het negatieve stempel wat de kwalificatie ADHD meestal inhoudt klopt lang
niet altijd. Ieder mens met ADHD heeft zijn goede kanten en eigen mogelijkheden.
Toch is ADHD meestal een probleem en staat als verschijnsel niet los van deze
tijd. De wereld van nu is hyper (in antroposofische termen: ge-astraliseerd).
Van heel jong af aan worden we gebombardeerd met zintuigindrukken. Voorop
lopen televisie en computer, maar ook de mail checken, facebook uitwisselingen
en twitteren bepalen steeds meer het leven van veel mensen. De mens van nu
wordt uit zichzelf getrokken. De zintuigwereld bepaalt het leven en trekt
ons naar uiterlijkheid. Weg van het wezenlijke, het innerlijke. Kinderen met
ADHD laten dit tijdsprobleem zien. Zij gaan een weg die het uiteindelijk noodzakelijk
maakt dat hun Ik steeds meer ingrijpt en zo veel mogelijk weer orde en rust
schept. En de ouders en leraren van ADHD kinderen worden ook aangesproken
in hun Ik omdat alleen daarin de rots zit die de branding kan doorstaan.
De weg naar ons Ik
Jezelf vinden, je eigen Ik vinden is een weg naar binnen. Het is een weg naar
het hart. Hoe moeilijker die weg is, hoe groter het gewin. Mens worden in
de diepere zin van het woord gaat nooit vanzelf, maar meestal door moeilijkheden
heen.
Huib de Ruiter, antroposofisch huisarts
Gezondheidscentrum De Lemniscaat
Leiden