Cholesterol ter discussie

Cholesterol staat in de belangstelling als negatieve factor bij hart en vaatzieken. De wanden van dichtgeslibde bloedvaten bevatten veel cholesterol. De heersende mening is dat verhoogd cholesterol de oorzaak van hart- en vaatziekten is en dat de bloedwaarden van cholesterol dus omlaag moeten. Toch zijn er hier en daar twijfels. Is cholesterol wel zo slecht? Of is het een voortdurende hype?
Zijn cholesterolremmers werkelijk noodzakelijk?
In ieder geval weten we dat vele factoren bij het ontstaan van hart- en vaatziekten meespelen zoals roken, suikerziekte, familiaire belasting, hoge bloeddruk, voeding, bewegingsarmoede en tailleomtrek.
Wat is de invloed van voeding op cholesterol en op hart- en vaatziekten? Een internist zei ooit: ‘wat in de koelkast stolt, stolt ook in uw bloedvaten’. Men moest alleen eten dat wat rent, vliegt en zwemt. Klopt dat?

Allereerst een aantal feiten:
Het eten van veel verzadigd vet leidt niet tot meer hart- en vaatziekten.
Voeding heeft geen invloed op cholesterolwaarden in het bloed.
Hoge cholesterolwaarden in het bloed leiden niet tot meer plaques.
Er is geen relatie tussen hoge cholesterolwaarden in het bloed en hart- en vaatziekten.
Bij de meeste mensen met een hartinfarct vindt men een normaal of laag cholesterol.
Meest mensen met een hoog cholesterol overlijden niet vaker door hart- en vaatziekten, ook niet bij FH.
Een dalend cholesterol is gecorreleerd met méér kans op hart- en vaatziekten.
Een laag cholesterol is gecorreleerd met meer kans op dementie

Hieronder vind u de toelichting op deze feiten.

Verschil cholesterol en vetten
Onze voeding bestaat voornamelijk uit vetten, koolhydraten, eiwitten en mineralen. Vetten krijgen we vooral binnen als plantaardige oliën en als dierlijk vet. Vetten zijn nog meer dan koolhydraten een warmtebron. Ze smeren als het ware het lichaam. Cholesterol is een vetachtige stof, maar het ís geen vet. Cholesterol en vet zijn heel verschillend van aard. Dat zie je al aan de structuur. Vetten en oliën bestaan uit glycerine en vetzuren. Drie vetzuren worden bijeengehouden door glycerine. Triglyceriden worden ze dan ook wel genoemd. Het kunnen drie heel verschillende vetzuren zijn, er zijn talloze variaties. Bekende vetzuren zijn bijvoorbeeld linolzuur en omega-3 vetzuren. Van vet kun je zeep maken, van cholesterol niet.

Cholesterol is van een heel ander orde. Cholesterol bestaat uit raatvormige structuren. Het is een vetachtige stof, een lipoid, maar het is geen vet, geen lipide. Je kunt er bijvoorbeeld geen zeep van maken, zoals je dat van vetten kunt. Het smeltpunt is ook veel hoger, 149 graden in plaats van de makkelijk smeltbare – of al vloeibare oliën, die smelten in het algemeen zo tussen -15 en 40 °C . Die hebben geen exact smeltpunt, maar smelten over een bepaald traject. En terwijl vetten drijven op water, zinkt cholesterol- het is net iets zwaarder dan water.

Cholesterol molecule

 

De ringen van cholesterol zijn zeshoekig. We kennen dat van de bijenraten, van kwartskristallen en van de sneeuwkristallen. Zes is het getal van de kosmos. Eén van de ringen is een vijfring. Vijf is het getal van de mens. (een mens heeft bijv. vijf vingers en vijf tenen). De ringvorm schept een binnenwereld, is een vorm van het zielenleven. De vijfvorm is verwant met het Ik.

Cholesterol in de voeding en in het lichaam
Planten hebben geen cholesterol, die hebben een soort plantaardig cholesterol, de zogenaamde fytosterolen. Cholesterol zit in dierlijk voedsel, vooral in vlees, vet, melk, boter en in eieren.
Cholesterol komt dus alleen voor bij mens en dier. Een mens heeft zo’n 140 gram cholesterol in zijn lichaam. Het is een belangrijk bestanddeel van iedere celwand. Iedere lichaamscel maakt dan ook zelf cholesterol. In lever en darmslijmvlies wordt extra veel aangemaakt. Zo kan er nog aangevuld worden waar in het lichaam toch nog een tekort zou zijn. Een mens maakt 90% van het cholesterol zelf aan, dus veel meer dan hij binnenkrijgt. Een mens maakt 1-2 gram per dag aan, via de voeding wordt hooguit 0,1 – 0,3 gram opgenomen. Er komt wel meer binnen binnen, maar daar wordt globaal minder dan de helft van geresorbeerd. Nodig is die opname uit voeding dus niet. Een vegetariër kan alle cholesterol die nodig is zelf maken.
Als men veel cholesterol met de voeding binnenkrijgt, wordt de lichaamsproductie afgeremd.
Een teveel moet worden uitgescheiden, want het kan niet worden afgebroken. Dat gebeurt via de gal.
Van cholesterol worden galzure zouten gemaakt, die nodig zijn voor de vetopname in de darm. Ongeveer een halve gram wordt per dag uitgescheiden.

Bij vetten zie je een heel ander proces: vetten worden voor 95% opgenomen en vervolgens geheel verbrand of als vet opgeslagen. Hoe divers deze vetten en oliën ook zijn, dat maakt niet uit. Bij een overschot aan glucose maakt de lever zelf vetten. Vetten en cholesterol zijn al met al totaal verschillend.

Vetten-Chol

Cholesterol in het bloed
Hoe kan iets vettigs in het bloed vervoerd worden? Vet en water kunnen immers niet mengen. Eiwitten zijn wel goed oplosbaar in water. Er zijn stoffen die half eiwit en half vet zijn ( lipoproteinen, lipos= vet, proteine= eiwit), die vormen een jasje om de vetten heen, met de eiwitkant naar buiten voor goed contact met het bloed en de vetkant naar binnen voor goed contact met het vet. Zowel cholesterol als ook gewone vetten en oliën moeten vervoerd worden. Er zijn verschillende soorten vethoudende bolletjes in het bloed aanwezig. Die met veel olie of vet zijn het lichtst, met veel cholesterol zijn het zwaarst.
Ze hebben namen die dat aanduiden: erg lage dichtheid (heel licht, met veel olie), lage dichtheid ( al zwaarder, met veel cholesterol) en hoge dichtheid (dus zwaar met veel eiwit en eventueel veel cholesterol). In het Engels: HDL (High Density Lipoprotein), LDL (Low Density Lipoprotein).
En dan zijn er ook nog chylomicronen. Dat zijn zeer vetrijke bolletjes. Vet uit de voeding gaat in de vorm van deze chylomicronen via de lymfevaten (ductus thoracicus) rechtstreeks naar de bloedsomloop en wordt dan direct opgenomen in het vetweefsel. Na een vetrijke maaltijd is het bloed soms wittig troebel door deze bolletjes.

De lever maakt uit een overschot aan de glucose bepaalde vetzuren palmitine vetzuren, die dan vervolgens in het VLDL terechtkomen. De lever maakt het lipoproteine jasje, stopt daar vet en cholesterol in en brengt dat als licht bolletje ( VLDL) in de bloedbaan. In het lichaam wordt het vet afgegeven aan de weefsels en dan is het bolletje minder licht (LDL) en relatief cholesterolrijk geworden. Waar nodig kan nog cholesterol worden afgegeven, maar dan gaat het terug naar de lever en wordt daar omgezet. (de industrie richt zich geheel op de bloedwaarde van dit LDL). De lever maakt ook een eiwitrijk bolletje, het HDL. Dat kan overtollig cholesterol binden en naar de lever brengen waar het kan worden uitgescheiden. Dat wordt als gunstig gezien, en HDL heet dan ook wel het ‘goede’ cholesterol. (want cholesterol zou dus slecht zijn).
De totale cholesterolwaarde wordt dan ook gecorrigeerd met de HDL waarde door een deling: bijvoorbeeld een totaal cholesterol van 8, bij een HDL van 2, geeft een gecorrigeerd cholesterol van 8:2=4. De normale bloedwaarden zijn 0 (!)-6,5 mmol voor totaal cholesterol en 0(!)-4 voor het gecorrigeerd cholesterol. We zullen later zien hoe slecht een laag cholesterol is, dus deze ondergrens is misvatting.

Functies van cholesterol
De celwand omhult de waterige celinhoud. Het vetachtige cholesterol versterkt de celwand en speelt een afschermende rol. Het maakt de cel als het ware waterdicht. Het is betrokken bij uitwisseling van substanties door de celwand en heeft dus een sleutelpositie in de cel-stofwisseling. Ook de talg van onze huid is cholesterolrijk. Daar heeft het een vochtvasthoudende, verzachtende en beschermende werking.
Het afschermende van cholesterol zie je het sterkst in de hersenen, die zeer cholesterolrijk zijn (25%, 40% van drooggewicht). Daar moeten de lange zenuwbanen goed afgeschermd worden, om als het ware kortsluiting te voorkomen. Die hebben dan ook speciale omhulsels, de myelinescheden, die heel cholesterolrijk zijn. Cholesterol speelt ook een belangrijke rol in de stimulering van de zenuwcellen tot vorming van synapsen. Hier blijft cholesterol jaren op zijn plek voor het weer vervangen wordt, passend bij de onbeweeglijkheid van het zenuwstelsel. In de darm en de andere organen is daarentegen veel activiteit. Daar worden uit cholesterol belangrijke stoffen gevormd, namelijk een aantal hormonen. Geslachtshormonen als progesteron en oestrogeen, bijnierschors-hormonen als cortisol en prednison, aldosteron voor de waterhuishouding en vitamine D, dat ook een hormoon is. Ook bepaalde substanties (glycosiden) voor het hart worden uit cholesterol bereid. Cholesterol is dus een zeer nuttige, voor iedere lichaamscel onmisbare substantie.
In het hoofd is cholesterol langdurig aanwezig, haast in een soort rusttoestand, en de stofwisseling is cholesterol heel actief in de vorm van allerlei hormonen, en in het bloed gebied is cholesterol voortdurend in beweging maar wel in evenwicht.
Galzuren worden ook uit cholesterol gemaakt. Ze zijn nodig om de vetten te emulgeren en af te breken. Verder in de darm worden de galzuren weer grotendeels opgenomen, en belanden weer in de lever. Zo vormt zich een kringloop, de entero(darm)-hepatische(lever) kringloop. Cholesterol wordt zo behouden voor het lichaam. De galzuren gaan 10-15 keer per dag rond, wel 3 x per maaltijd. Er wordt 0,5 – 1,2 liter gal gevormd. Galstenen bestaan voor 80%-100% uit cholesterol (de naam chol-stereos).

Negatief beeld van cholesterol
Hoe is het zover gekomen dat cholesterol in een kwaad daglicht is komen te staan? Dat kan de geschiedenis ons leren. Terwijl vetten altijd al vertrouwd waren voor de mens, is het cholesterol pas twee eeuwen geleden opgedoken. Het was onderzoekers opgevallen dat galstenen wasachtig waren. Men noemde het een vetwas.
En deze vetwas kreeg de naam: cholesterol: chol = gal, stereos= vast. Tot laat in de vorige eeuw bleef men cholesterol onderzoeken. menig Nobelprijswinnaar heeft met cholesterol geworsteld. Toen men een kleurstof vond die cholesterol kon kleuren, zag men dat het overal aanwezig was; vooral in jong, groeiend weefsel (overeenkomstig melk en ei met groei te maken hebben). Men zag genezende werkingen op het bloed bij ziekten door dierlijke giffen. Men gaf het bij bloedarmoede, bij infecties en weerstandsvermindering. Maar ook zag men dat er bij tumorgroei een relatie met cholesterol was. En dan natuurlijk de galstenen. Er ontstonden zodoende twee opvattingen, die van de positieve werkingen van cholesterol en die van de schadelijkheid van cholesterol.

Konijnen experiment
In 1912 werd een beroemd experiment uitgevoerd. Konijnen werden gevoerd met een cholesterolrijke olie. Na 1-2 maanden werden in de konijnen allerlei cholesterolafzettingen gevonden, ook in de bloedvaten. Wat niet openbaar werd, is dat dezelfde proef met ratten en honden geen cholesterol-afzettingen lieten zien. Konijnen zijn planteneters, ze eten geen dierlijk vet met cholesterol, terwijl ratten en honden alles eten. Overigens kregen de konijnen geen hartaanvallen door dit experiment.

De 7 landen studie van Ancel Keys
Na de Tweede Wereldoorlog nam in de Verenigde Staten het de hart en vaatziekten snel toe. En men wist dat in Italië 4-5 maal zo weinig hartinfarcten voorkwamen. De onderzoeker Ancel Keys was een van de mensen die de strijd wilden aanbinden met deze ontwikkeling. Hij reisde af naar Italië en sprak daar een lokale huisarts in een bergdorpje. Deze huisarts vertelde hem dat in zijn praktijk bijna geen hartinfarcten voorkwamen. De bewoners aten van het dorp aten van nature weinig vet. Toen vatte Keys het idee op dat hartinfarcten worden veroorzaakt door vet eten met als gevolg daarvan een verhoogd cholesterol in het bloed en het dichtslibben van de bloedvaten. Dat in een provincie verderop veel verzadigd vet werd gegeten en daar toch ook heel weinig hartinfarcten voorkwamen, liet hij buiten beschouwing. Uiteindelijk werd van 22 landen werd de veronderstelde vet consumptie en het aantal hartinfarcten bepaald. Van de zeven landen maakt hij een grafiek waaruit duidelijk bleek: hoe meer vet eten hoe meer hartinfarcten. De landen die wat minder goed in dit schema pasten liet hij buiten beschouwing. Hij liet feiten buiten beschouwing, die zijn theorie op losse schroeven zouden zetten.
In Finland zijn naast elkaar twee provincies, de namen Turku en Noord-Karelië, waarin het eetpatroon en de consumptie van verzadigd vet hetzelfde is, maar de sterfte in de ene provincie drie keer zo hoog is als in de andere. Dat geldt ook voor Kreta en Korfoe. Bij dezelfde consumptie van verzadigd vet was de sterfte op Korfoe 16 x zo hoog. Maar de toon was gezet. Cholesterol moet bestreden worden. En toen men ook nog middelen vond die cholesterol in het bloed deden zakken werd deze strijd tegen cholesterol een hoofdthema.

De vet – cholesterolhypothese
In de loop van de laatste 100 jaar ontstond een hypothese, dat vet eten leidt tot een hogere cholesterolwaarde het bloed, dat dit cholesterol in het bloed leidt tot vette plakkaten c.q. plaques in de vaatwand, en dat deze vette plaques leiden tot verstopping van de bloedvaten met als gevolg hart en vaatziekten en hersenbloedingen.

vet eten

hoog cholesterol in het bloed

plaques op de vaatwanden

hartinfarcten door verstopte bloedvaten

Kritiek
Talloze onderzoeken volgden, met honderdduizenden patiënten, met honderden miljoenen aan kosten. Men zou zeggen, deze hypothese is grondig onderzocht.
Toch waren er ook kritische geluiden. Steeds meer werd duidelijk dat de helft van alle onderzoeken vóór, en de andere helft tegen de cholesterol hypothese pleiten. Maar de onderzoeken die tégen de cholesterol hypothese pleiten worden 6 x minder vaak geciteerd. En uit de onderzoeken vóór waren bij nadere bestudering ook heel andere conclusies te trekken.
Er verschenen boeken met titels als “de cholesterol mythe” van de Deense arts Uffe Ravnskoven en “de cholesterol hype” van de Engelse huisarts Malcolm Kendrick. Zo’n acht jaar geleden werd in het programma ‘Radar’, aandacht besteed aan deze kwestie. Eén belangrijke conclusie was, dat voor mensen die nog geen hartproblemen hadden, het nemen van deze cholesterolremmers, de zogenaamde statines niet zinvol was. Ook kwamen de soms ernstige bijwerkingen van deze statines aan de orde.

Onbetrouwbaar onderzoek
Er is dus heel veel onderzoek gedaan naar cholesterol in samenhang met hart en vaatziekten. Deze onderzoeken worden betaald door de industrie die de cholesterol remmende middelen maakt. Die hebben een grote vinger in de pap. De patiënten die mee mogen doen worden geselecteerd, waarbij vaak de helft af valt.
De artsen die aan het onderzoek meewerken en de patiënten begeleiden, hebben geen enkele zeggenschap over de resultaten, ook geen inzage. Zonder toestemming van de industrie mogen ze niets publiceren. De gegevens zijn eigendom van de industrie en die bepaalt welke getallen worden gebruikt en gepubliceerd. Data zijn op allerlei manieren te interpreteren, en men kan het zo wenden of keren dat het resultaat gunstig is. Men noemt dat wel torturing the data, Dat wil zeggen: het net zo lang martelen van de onderzoekcijfers totdat die een positief resultaat “uitkrijsen.” De farmaceutische industrieën hebben verder de strategie om gezaghebbende artsen financieel aan zich te binden, zogenaamde internationale opinieleiders. Deze kunnen met veel gezag onderzoeksresultaten en standpunten uitdragen. De wijze waarop resultaten worden gepubliceerd zijn ook van groot belang. Het resultaat kan bijvoorbeeld zijn dat de kans op hart en vaatziekten met 50% wordt verminderd. Maar als dat een kans van één op 100.000 is, dan is het effect in feite veel minder dan het klinkt.
In de cholesterolremmers die tegenwoordig zoveel gebruikt worden, ging 27 miljard dollar per jaar om. Een middel als Lipitor had een omzet van ruim 12 miljard dollar (inmiddels zijn patenten verlopen).
Deze grote belangen zijn een voedingsbodem voor onbetrouwbare onderzoeken.
De editor van het New England Journal of Medicine, Marcia Angels, schrijft dat ze na 20 jaar ervaring geen geloof meer heeft in klinisch onderzoek, betrokken artsen en medische autoriteiten.
Onderzoek doen is sowieso moeilijk. Vele factoren kunnen meespelen bij het ontstaan van een ziekte. Het is bekend dat roken longkanker kan leiden. Mensen die veel roken hebben vaak gele vingers. Men kan zeggen dat het hebben van de gele vingers verband heeft met het krijgen van longkanker. Het wordt dan een risicofactor genoemd maar dat is nog niet per se de oorzaak. Het heeft geen zin om ter preventie van longkanker gele vingers weg weg te wassen.
In de loop van de tijd zijn de normaalwaarden voor cholesterol naar beneden aangepast. Daardoor komen veel meer mensen in aanmerking voor het gebruik van cholesterolremmers. De Noorse bevolking, een van de meest gezonde en langstlevende volken, met een gemiddelde leeftijd van 79 jaar, zou met de strengere normen wel degelijk statines moeten slikken. Als de grenswaarde voor behandeling 5 mmol zou zijn, dan zou 50% van de 25-jarigen- en ouder en 90% van de 50-jarigen en ouder in Noorwegen een statine moeten slikken
Vaak wordt aanbevolen deze statines voor de rest van het leven te blijven gebruiken. Gezien bovenstaande is het niet vreemd dat critici hier vooral het belang van de farmaceutische industrie in zien. Inmiddels slikken meer dan één miljoen Nederlanders een cholesterolremmer.

De invloed van verzadigd vet op hart- en vaatziekten
Men zoekt het cholesterolprobleem vooral in verzadigd vet. Dat zou cholesterolverhoging en toename van hart- en vaatziekten geven. Er bestaat wat dat betreft de zogenaamde Franse paradox.: De Fransen eten veel verzadigd vet, roken, drinken en bewegen niet veel maar hebben weinig hart en vaatziekten. In vergelijking met de Engelsen viermaal zo weinig hartinfarcten bij hetzelfde LDL.

chol 2 en 3

Van de verzadigde vetten hebben we bij de 7 landen-studie al gezien dat deze vetten geen bepalende invloed hebben op het ontstaan van hart en vaatziekten. Bij een zelfde eetpatroon kan het voorkomen van hart en vaatziekten enorm verschillen. In onderstaand schema is te zien hoe deze relatie van verzadigd vet eten met sterfte aan hartziekte ontbreekt, zelfs eerder omgekeerd lijkt te zijn.

De invloed van voeding op cholesterol waarden
Als men vet eet zakt het VLDL in plaats dat het stijgt. Bij het Atkins dieet, waarbij veel vet en weinig koolhydraten wordt gegeten, viel men niet alleen flink af, maar ook zakte het VLDL met 49%, (VLDL wordt immers door de lever uit omzetting van overtollige koolhydraten gemaakt) en steeg het HDL met 10%.
Uit het VLDL ontstaat het LDL, het ‘slechte’ cholesterol. Dat LDL zakt echter niet met dalend VLDL mee want het is vrij stabiel. LDL wordt goed gereguleerd via LDL receptoren in de lichaamscellen.
Bij een groot onderzoek (MR-FIT) onder 361.000 mensen werd de cholesterol inname met 42% beperkt, en de vet inname met 28%. Er was geen effect noch op het cholesterol noch op sterfte aan het hart en vaatziekten. Ook een gezaghebbende studie, de Framingham studie, die al vanaf 1948 loopt, gaf aan dat het eten van meer verzadigd vet, meer cholesterol, meer calorieën, een verlaging van het cholesterol gaf!
Twee Keniaanse stammen, de Massai en de Samburu, drinken veel melk en eten veel vlees. Groeten en planten, vinden zij, dat is voor de koeien. Ze eten wel 2 kg vlees per dag en drinken soms wel 8 l melk per dag. Hun koeien, zogenaamde Zeboes, geven erg vette melk. Een gemiddelde cholesterol waarde is echter laag: 3,9. Hartinfarcten kennen ze niet.
Zo zijn er meerdere voorbeelden te geven waaruit blijkt dat vet eten niet leidt tot verhoging van het cholesterol. Men onderzocht bijvoorbeeld 10.000 Israëlische ambtenaren, die van 10-200 g verzadigd vet per dag aten; er werd geen relatie gevonden met de hoogte van het cholesterol. Men onderzocht dit bij kinderen in de gerenommeerde Mayo kliniek (geen afkorting van mayonaise) in Minnesota en er werd geen verband gevonden. Een proef met het eten van acht eieren per dag leidde tot geen enkele verhoging van het cholesterol. Een bekend medisch geval betrof een boer uit Finland, die 70 eieren per week at, ruim 80 jaar was en geheel gezond met een normaal cholesterol.
In zestiger jaren kwam Unilever met extra linolzuur in de margarine. Linolzuur is een onverzadigd vet, en zou in verband met hart en vaatziekten veel beter zijn dan de verzadigde vetten. Teveel linolzuur blokkeert echter een bepaald enzym zodat het bloed meer naar stolling neigt. Daardoor wordt de kans op hart en vaatziekten juist weer groter. In Israël is de voeding heel rijk aan linolzuur En zijn er ook veel hart en vaatziekten. Linolzuur (Omega 6) moet in evenwicht zijn met linoleenzuur (Omega 3). Vroeger lag die verhouding in onze voeding 1:1. Nu is die verhouding 20:1. Omega 3 vetzuren gaan hartritmestoornissen tegen en hebben een bloedverdunnende werking vergelijkbaar met aspirine. Deze vetzuren werden bekend door de eskimo’s. Bij de eskimo’s komen hart en vaatziekten weinig voor, mogelijk doordat ze veel Omega 3 vetzuren binnen krijgen door de vis die zij eten.

Een hoog cholesterol en de vorming van plaques
Pathologen-anatomen vonden geen relatie tussen een hoog bloedcholesterol en de hoeveelheid plaques die zij aantroffen. Hartchirurgen konden bij 1000 patiënten geen relatie vinden tussen de hoogte van het bloedcholesterol en de hoeveelheid plaques. Bij een laag cholesterol zijn er net zo veel plaques aanwezig als bij een hoog cholesterol.
Er is nog iets opmerkelijks met de plaques. Ze hebben bepaalde voorkeursplaatsen. Bijvoorbeeld in de kransslagaders, de slagaders in de hals en in het bekken en de benen. Als een hoog cholesterol de oorzaak was van de vorming van plaques, dan zouden overal in de slagaderen plaques moeten ontstaan.

cholesterol 0001

Relatie cholesterolwaarden en hart- en vaatziekten
Van de mensen die een hartinfarct krijgen, is er bij meer dan de helft sprake van een normale of lage cholesterolwaarde.
De Aboriginals hebben het laagste cholesterol en het hoogste voorkomen van hart en vaatziekten, de Zwitsers hebben het hoogste cholesterol en het laagste voorkomen van hart en vaatziekten.

FH, Familiaire Hyperchlesterolaemie
Familiaire hoge cholesterolwaarden in het bloed (hypercholesterolaemie) is een erfelijk probleem waarbij het cholesterol de cel niet in kan (de LDL receptoren ontbreken) en daardoor ontstaan hoge waardes in het bloed. Deze afwijking gaat gepaard met gemiddeld veel hartinfarcten bij jongere familieleden, maar juist met minder hartinfarcten bij de oudere familieleden. En waar de familiegegevens 200 jaar teruggaan, blijkt dat er vroeger geen extra vaatziekten ontstonden. Zij leefden juist langer. Cholesterol beschermt mogelijk tegen virussen en bacteriën. In die tijd waren infectieziekten meestal de oorzaak van overlijden. De meeste mensen met familiaire hoge cholesterolwaarden overlijden niet aan een hartinfarct. Een hoog cholesterol geeft dus niet zonder meer dichtslibben van de bloedvaten. Er is zeker een bepaalde invloed van de levensomstandigheden. De meeste mensen met FH overlijden niet aan een hartziekte. Bij FH is het bloed hypercoagulabliel, neigt sterk tot stollen. En stolling is een groot risico voor infarcten. Daarin speelt een bepaalde variant van lDL een rol: Lp(a). Lp(a) komt bij FH veel voor. Dit LDL heeft een extra eiwit, zodat het erg op plasminogeen lijkt, een stolsel-oplossende substantie. Maar Lp(a) kan in tegenstelling to plasminogeen niet geactiveerd worden. Het stolsel wordt dus niet opgelost en daarmee zeer hardnekkig. (bij een hartinfartct geeft men wel een tPA injectie; een stof die het plasminogeen activeert en zo het stolsel helpt oplossen)

CVA – hersenbloeding of herseninfarct.
Bij hart en vaatziekten zijn ook de hersenvaten betrokken. Slechte hersenvaten kunnen leiden tot een CVA, een hersenbloeding of herseninfarct . Hartinfarct en CVA gaan vaak samen. Is de cholesterolwaarde van belang voor risico op CVA? Het belangrijke medische tijdschrift the Lancet publiceerde een onderzoek bij 450.000 mensen waarbij geen enkele correlatie bleek tussen hoog cholesterol en hersenbloedingen. Bij een laag cholesterol is de kans op een hersenbloeding zelfs groter. Levensduur verlenging door statines bij CVA is nihil.

De relatie van hoog cholesterol met hart- en vaatziekten
Al met al is de oorzakelijke relatie van hoog cholesterol met hart- en vaatziekten niet aantoonbaar.
Inmiddels tekent zich een enorme koerswending af: het American College of Cardiology heeft geschreven: LDL may or may not correlate to cardiovascular outcome. Vertaald: LDL kan wel of niet met hart- en vaatziekten te maken hebben! Men geeft al bijna toe dat de cholesterol hypothese onhoudbaar is.

Cholesterolremmers
Na de oorlog zocht het Amerikaanse leger in Azië naar gifplanten die als wapen ingezet zouden kunnen worden. Men vond een gist, de rode rijst gist, Monascus purpureus. Het bleek niet giftig genoeg, Maar het bleek wel in staat de synthese van cholesterol in de cel te remmen. Een farmaceutisch bedrijf nam het toen over en maakte daar de eerste statine van: mevastatine. En niet lang daarna maakten ze simvastatine dat nu zo algemeen in gebruik is Hoe remmen deze middelen het cholesterol? In iedere cel wordt cholesterol gemaakt. Dat gebeurt in ongeveer 15 stappen (het mevalonaat pad) en met behulp van allerlei enzymen. Eén van die enzymen, een zogenaamde CoA-reductase, heeft een sleutelpositie. Dat enzym wordt geremd door de cholesterolremmers. Door die blokkade krijgt de cel een tekort aan cholesterol. Daardoor gaat de cel meer cholesterol uit het bloed opnemen en zakt de cholesterolwaarde in het bloed. De lagere cholesterolwaarde ontstaat dus doordat alle lichaamscellen met een tekort zitten door een interne blokkade. De synthese van Q10, ubiquinone, wordt ook belemmerd. Heel belangrijk bij actieve spieren zoals het hart. Daardoor kan hartzwakte toenemen, en wordt de kans overlijden bij hartfalen flink hoger. Door de blokkade van het Mevalonaat-pad hopen zich in alle lichaamscellen allerlei stoffen op.
De statines hebben belangrijke bijwerkingen: een bijna twee keer zo grote kans op suikerziekte, spierzwakte, hartzwakte, verhoogd sterfterisico bij hartfalen, spierbeschadiging (met name bij sporters) neuropathie (beschadiging van zenuwbanen), impotentie en geheugenverlies, moeheid, depressie, duizeligheid en bij gebruik in de zwangerschap tot aangeboren afwijkingen.
De cholesterolremmers hebben ook gunstige eigenschappen: ze bewerken dat bloedvaten wat verwijden, dat er minder snel stolsels ontstaan, dat vaatwanden minder snel opzetten en ze werken enigszins ontstekingsremmend. Door de vorming van NO verminderen ze de oxidatieve stress.
De NNT, het aantal patiënten dat moet worden behandeld zodat bij één patiënt een hartinfarct wordt voorkomen, kan in de honderden lopen. Daarmee zijn deze statines eigenlijk heel weinig effectieve middelen. Nog twee voorbeelden van berekening van het effect: verlaging van sterfte bij mannen die al hart- en vaatziekten hebben is 0,6% per jaar (secundaire preventie) ; men moet 30 jaar slikken om gemiddeld twee maanden langer te leven.
De patenten van een aantal middelen zijn inmiddels verlopen. Men zoekt nu naar nieuwe middelen. Men werkt aan stoffen die er zorgen dat LDL receptoren van de lichaamscellen voortdurend actief blijven. Daardoor komt er steeds meer LDL de cel in, en zakt de LDL bloedwaarde. In dat geval worden de cellen dus overladen met cholesterol, in plaats van dat ze een tekort hebben, zoals bij de statines.

Oorzaken hart- en vaatziekten
Anderhalve eeuw geleden vermoedde de arts Rokitanski al dat de plaques in de bloedvaten reactie waren op beschadiging van de binnenste vaatwand het zogenaamde endotheel. Op een beschadiging volgt een wondgenezing. Er wordt als het ware een korstje gevormd. De eerste reactie is een vasoconstrictie en een verhoging van de stollingsneiging. En dan komen er allerlei stollingsstoffen bij. Ook een cholesterolvariant doet mee in de vorming van een stolsel. Dit alles wordt weliswaar snel afgedekt maar kan toch ook langer blijven rommelen, waarbij ontstekingsachtige reacties zich afwisselen met verhardende reacties. En zo kan de plaque gestaag groeien. Als hij wat groter is geworden kan hij op een gegeven moment ook gewoon openbarsten. Wat dan de vrijkomt leidt heel makkelijk tot een groot stolsel en de afsluiting van een bloedvat.
Maar hoe begint het proces nu? Wat brengt deze allereerste beschadiging? Bekende beschadigende factoren en stoffen zijn roken, acute stress, adrenaline, hoge bloedsuiker, met name pieken in de bloedsuiker, hoge insuline spiegels, het stress hormoon cortison, homocysteine, ijzer, en toxisch cholesterol. Cholesterol is heel gevoelig voor oxidatie. Men kent wel 80 oxidatievormen. Oxidatie kun je zien als een soort aards worden van een substantie. Dan wordt het cholesterol toxisch. Vaatwanden worden beschadigd.
Alles wat het bloed verdund, is gunstig: aspirine, alcohol, en statines.
Stress is simpelweg ook een belangrijke factor risicofactor. Als in Engeland een voetbalteam verliest, dan is er de volgende dag een stijging van het aantal hartinfarcten bij de mannelijke supporters (niet bij de vrouwen). Toen Engeland ooit van Argentinië verloor steeg het aantal hartinfarcten drie dagen lang met 25%. Op maandagen komt de acute hartdood vaker voor. En heeft men de familie van mensen die aan een acuut hartinfarct waren overleden gevraagd, wat er daarvoor gebeurd was: bijna steeds was er voor het overlijden sprake van een acute forse stress . Chinezen die iin de Verenigde Staten wonen overlijden vaker op de vierde dag van de maand. Het woord vier klinkt in het Chinees namelijk bijna hetzelfde als het woord dood.

Het belang van cholesterol
Ook tijdens de zwangerschap is de cholesterolspiegel hoog. Dat is nodig voor de groei van het kind. Cholesterolverlagers zijn dan uit den boze, die geven dramatische aangeboren afwijkingen zoals ooit bij Softenon. Moedermelk is rijk aan cholesterol. En aangezien cholesterol gunstig is voor de opbouw van het zenuwgestel, wordt dat als mogelijke reden gezien dat kinderen die borstvoeding hebben gehad een hoger IQ ontwikkelen.

Een laag cholesterol is overigens niet gunstig. Het wordt geassocieerd met kanker, hersenbloedingen, depressie, lever- en darmziekten en merkwaardig genoeg met vaker overlijden aan ongelukken en misdrijven geheugenverlies, daling van het serotonine, affectieve gedragsstoornissen, agressie en impulsiviteit, suïcide en ongelukken.

Verlaging van de cholesterolspiegel gaat vaak samen met vermindering van het geheugen en de concentratie. Een hoog cholesterol gehalte in het bloed bij ouderen boven 70 jaar is gunstig gebleken als het gaat om het voorkomen van dementie, volgens een recent Zweeds onderzoek. Met de leeftijd neemt de cholesterolbloedspiegel van nature toe. Hoog cholesterol bij ouderen leidt niet tot een kortere levensduur

Samenvatting.
Cholesterol heeft ten onrechte een slechte naam. Het is een waardevolle en noodzakelijke substantie.
Voeding heeft nauwelijks enige relatie met cholesterol. De mens maakt zelf cholesterol. Cholesterol zit wel in plaques maar veroorzaakt ze niet.
In de voeding kan weliswaar geoxideerd cholesterol voorkomen dat wel toxisch op de bloedvaten werkt. Maar er zijn veel meer factoren die ook beschadigend op de bloedvaten werken. Een cascade van ontsteking en stolling c.q. verharding leidt dan tot vorming van plaques.
Uiteindelijk ontstaan hart en vaatziekten door stressbelasting, door mentale zwaarte die het hart belast en door te weinig bewegen. Het gaat bij hart- en vaatziekten om veroudering, degeneratie en afbraak.
Industrieel bewerkte voeding is in algemene zin een factor voor degeneratieve ziekten.
Een vitaliserende gezonde biologische voeding is van groot belang, evenals voldoende bewegen en goed slapen.
Antioxidanten zijn stoffen die oxidatie tegengaan. Oxidatie is afbraak, een astraal proces, antioxidanten versterken het etherische als tegenhanger van het astrale. Ook het zuur-base evenwicht biedt een aanknopingspunt. Zuur is astraal, base is etherisch, dus het basische moet versterkt worden.

Wil een patiënt toch een cholesterolremmer innemen dan is het een overweging rode rijst gist capsules te geven. Hierin is de statine ingebed in een organisch geheel en men heeft wel de indruk dat er minder bijwerking bij optreden.

Nogmaals de conclusies:
Het eten van veel verzadigd vet leidt niet tot meer hart- en vaatziekten.
Voeding heeft geen invloed op cholesterolwaarden in het bloed.
Hoge cholesterolwaarden in het bloed leiden niet tot meer plaques.
Er is geen relatie tussen hoge cholesterolwaarden in het bloed en hart- en vaatziekten.
Bij de meeste mensen met een hartinfarct vindt men een normaal of laag cholesterol.
Meest mensen met een hoog cholesterol overlijden niet door hart- en vaatziekten, ook niet bij FH.
Een dalend cholesterol is gecorreleerd met méér kans op hart- en vaatziekten.
Een laag cholesterol is geassocieerd met meer kans op dementie

 

Huib de Ruiter
Huisarts in Leiden, gezondheidscentrum de Lemniscaat
reacties naar: hdr@de-lemniscaat.nl
Literatuur:
De cholesterolhype. Malcolm Kendrick, 2008.
Feiten en fabels over cholesterol. Uffe Ravnskov 2011.
Wikipedia over cholesterol, Nederlandse en Duitse versie.
Cholesterin in seiner Polarität zu den Triglyceridfetten. Martin Errenst. In de Merkurstab 1998/3.
Biochemie, Otto Wolff.
————————————————————————————————————-
Bijlage: mg cholesterol per 100g voedingsmiddel (voor zover van enig belang)
Hersenen 2500
Eidooier 1350
Nier 370
Boter 350
Lever 270
Hart 150
Slagroom 82
Reuzel 60
Ossenhaas 60
Ontbijtspek 36
Melk 9,5

per 100g uit: De Jong, voedsel in getallen