Vitamine D en licht

Licht is van levensbelang voor al het leven op aarde. Ook voor onze gezondheid. Er is een vitamine die het licht als het ware inlijft: vitamine D. Dit vitamine was vooral bekend als geneesmiddel bij rachitis en osteoporose, maar blijkt tegenwoordig voor allerlei chronische ziekten van belang.

Lichtgebrek: Rachitis
Eind 19e eeuw kwam bij kinderen in Engeland en Noord-Europa een ziekte voor die rachitis werd genoemd. ‘Rachis’ betekent in het Grieks rug en rachitis betekent dan ‘rugontsteking’. Waarschijnlijk werd met deze naam naar de opvallende verkromming van de rug verwezen. Er komen bij rachitis allerlei misvormingen van het skelet voor zoals kromme benen, dikke polsen en enkels (‘doubling of the joints’) en van de wervelkolom waarin een bochel kan ontstaan. Bij rachitis vindt er te weinig mineralisering van het bot plaats, te weinig verharding en dus zijn de botten week. Bovendien is er een verstoorde structuur van het bot wat leidt tot misvormingen. De oorzaak lag in de industrialisatie die op gang kwam en waarbij mannen, vrouwen en ook hun kinderen in fabrieken gingen werken en weinig meer buiten in de zon konden komen. Men kende het ook uit Brits-Indie, waar de rijke vrouwen streng van de buitenwereld afgesloten leefden in kamers met kleine hoge raampjes en nauwelijks licht zagen. Alleen zij kregen rachitis, of de volwassen variant de zg. osteomalacie.
Een eeuw geleden ontstond dus het inzicht dat mensen voor een gezond skelet of licht nodig hebben en/of levertraan nodig hebben. De stof in levertraan werd vitamine D genoemd. Vitamines A, B en C waren er al en volgens het alfabet werd deze dus vit. D . De benaming ‘vitamine’ klopt echter niet.

Vitamine D
Vitamine D is eigenlijk geen vitamine. Vitamines zijn stoffen die het lichaam zelf niet kan maken maar ze wel als bouwstenen nodig heeft. Deze stoffen moeten uit de voeding gehaald worden. Vitamine D reguleert allerlei stofwisselingsprocessen in het lichaam en is daarmee meer een hormoon. Hormonen reguleren en sturen stofwisselingsprocessen. Bovendien maakt de mens vitamine D wel degelijk zelf – als er maar voldoende zonlicht is. Dat zonlicht is er vaak onvoldoende en dan bestaat de noodzaak van aanvulling van buitenaf. Dat rechtvaardigt de benaming vitamine dan toch nog enigszins. Hoe wordt vitamine D in de mens gemaakt? Van cholesterol in de huid wordt een provitamine gemaakt. Deze provitamine komt onder invloed van het zonlicht. De zon zet het om in cholecalciferol, vitamine D3 om. Het provitamine heeft de lichtkracht van de zon in zich opgenomen en is vitamine D3 geworden. Daarna is het nog niet klaar. Dan zijn er inwerkingen van nog twee organen nodig: de lever en de nier. In die organen wordt nog energie en licht toegevoegd in de vorm van dubbele bindingen.

Vitamine D synthese

1     cholesterol
2     7- dehydrocholesterol
3     vitamine D3 (calciferol, “kalkdrager”)
4     25 hydroxy vitamine D
5     1,25 dihydroxy vitamine D

Na de doorgang door de lever spreekt men van zg 25OH-Vitamine D. Dat is ook de vitamine D die bij laboratorium onderzoek in het bloed wordt bepaald. Na de nierinvloed heet het 1,25OH vitamine D. (we spreken verder gemakshalve over vitamine D, zonder onderscheid)
Daarmee is een lichtrijke substantie ontstaan die veel kan reguleren in het lichaam. Het regelt bijv. de kalk (calcium) en fosforhuishouding. En aangezien ons skelet uit kalkfosfaat bestaat, is vitamine D dus van groot belang voor het skelet. Je kunt ook zeggen: licht is van groot belang voor de vorming van ons skelet. Bijzonder is dat voor de vorming van het skelet, het meest innerlijke van de mens, een proces nodig is in de huid, het meest uiterlijke gebied van de mens.

Ultraviolet licht in de zomer
Dat er vaak een tekort is aan vitamine D komt doordat voor de omzetting krachtig zonlicht nodig is. Er moet voldoende UV straling in zitten. Zonlicht bestaat uit warmte, het infrarood, uit zichtbaar licht en uit ultraviolet licht. Dat ultraviolet licht is het deel van het licht wat chemisch-biologisch sterk werkzaam is. Er zijn drie soorten ultraviolet licht, A,B en C en het gaat bij vitamine D vorming vooral om UV-B. En dat wordt er uitgefilterd als de zon door dikke lagen atmosfeer moet, met andere woorden, als de zon laag staat. Als de zonnestralen recht van boven komen, als je schaduw korter is dan je eigen lengte, zijn ze sterk genoeg, hebben ze voldoende UV-B. Dat is in Europa in noordelijke streken maar een deel van het jaar het geval, namelijk van mei tot augustus. In de overige maanden is er weinig of geen vitamine D vorming in de huid mogelijk. Vroeger zei men dan ook: als de R in de maand is, moet je levertraan nemen. Dat is namelijk rijk aan vitamine D. Er zijn dus maar een paar maanden waarin we voldoende zonlicht kunnen opnemen. Gelukkig kan het cholecalciferol in verweefsel opgeslagen worden. Een mens kan een voorraadje aanleggen. In de herfst en winter neemt de voorraad geleidelijk af en in februari-maart is het dieptepunt. Dan komen lente en zomer en de voorraad wordt weer opgebouwd. Na een slechte zomer is dat niet voldoende gelukt. Er zijn mensen die merken dat ze na zo’n zomer niet goed de herfst en de winter doorkomen. Wellicht heeft dat onder andere ook met gebrek aan vitamine D te maken, want dat is niet alleen goed voor de botten.
De laatste decennia laten steeds meer onderzoeken zien dat vitamine D een gunstige werking heeft op sommige vormen van kanker, zoals borstkanker en darmkanker, op chronische ziekten als MS, reuma, op spierzwakte, hypertensie, depressie, hart en vaatziekten, suikerziekte en op auto-immuunziekten. Misschien is het beter het om te draaien: bij een gebrek aan vitamine D kunnen deze aandoeningen eerder optreden of verergeren. Verder verbetert de algehele gezondheid en de levensverwachting bij goede vitamine D spiegels door voldoende zon of kunstmatige toediening.

Gunstige werking vitamine D op:
Immuniteit (T-helpercellen)
Antibacterieel, antiviraal
Celrijping
Botvorming rachitis (osteoporose)
MS
Diabetes Mellitus I
Reuma
Fibromyalgie
Astma
Oud worden
Remt tumorcel
Carcinomen:borst, eierstok,prostaat,
slokdarm, maag, dikke darm, rectum,
nieren, longen
Spierzwakte
Spier- botpijn
Hartfalen
Hoge bloeddruk
Depressie

Dat zoveel van zulke grote ziektebeelden gunstig worden beïnvloed, laat wel zien dat we het hier met een bijzonder, regulerend principe te maken hebben. Deze lichtwerking is van een hoge orde, in antroposofisch termen wijst dit op de kracht van de Ik-organisatie, het geestelijk ordenende principe in de mens.

Ander licht
Nog meer substanties zijn lichtdrager in het menselijk organisme. Bijvoorbeeld kwarts, magnesium en fosfor (fosfor betekent letterlijk: ‘lichtdrager’), koolstof en ijzer. Ieder heeft zijn eigen lichtkwaliteit. Ook veel planten hebben lichtkwaliteit, bijv. St. Janskruid, Arnica of Paardenstaart.
In de antroposofische geneeskunde wordt lichtkwaliteit meestal via deze substanties aangewend. Licht wordt gezien als vormend, structurerend en ophelderend, bv. bij ontstekingen en eczemen en als wakker makend, incarnerend, Ik-versterkend. Bij depressie is er te weinig licht en daar kan St. Janskruid helpen.

Licht in cellen
Het is gebleken dat cellen licht opnemen en het weer uitstralen. Met de jaren wordt er meer over deze lichtstraling bekend. Het is bijzonder licht, heel zwak maar sterk geordend. Je kunt het niet met blote ogen zien, alleen met zeer geavanceerde apparatuur is het meetbaar. Cellen blijken elkaar met dit licht te beïnvloeden. Men deed bijv. een proef met kliercellen die melk kunnen produceren. De ene groep cellen was in rust, de andere was met hormonen geactiveerd en deze cellen maakten melk. De twee groepen cellen werden over twee glazen potjes verdeeld en naast elkaar gezet. Na enige tijd begonnen de passieve cellen ook melk te produceren. Het experiment werkt niet met potjes van gewoon glas. Wel met potjes van kwarts-glas. Kwarts-glas is glas dat UV licht doorlaat. Cellen communiceren dus niet alleen via stofjes met elkaar, maar ook met dit UV licht. Men spreekt wel van biofotonen.
Binnen in ons lichaam is het dus niet donker, er is licht, wijsheidsvol licht; het is alleen niet met het blote oog zichtbaar. Wel zien we met het ook complementaire kleuren. Ons lichaam antwoord op een kleur met eigen licht c.q. kleur.
Dit alles staat helder beschreven in het boek ” Hoe de stof de geest kreeg” van collega-huisarts Arie Bos.

Zonnebaden
Dagelijks een half uur buiten zijn met onbedekt gezicht is al toereikend om voldoende licht op te doen. In de maanden met een R zou dit langer moeten zijn. Niet dat er dan voldoende Vitamine D wordt gevormd, maar alle beetjes zijn meegenomen. Bovendien doet de zon in deze maanden een mens erg goed, zo is de ervaring. De zon is juist ook in die maanden een bron van energie en welbevinden. Het meeste vitamine D kan dus in de zomer worden gevormd met zonnebaden. Helaas is het steeds meer de gewoonte geworden afschermende zonnecremes te gebruiken. Een factor 8 verhindert de vitamine D vorming al grotendeels, factor 15 voor 99%. Ook dagcrèmes hebben vaak een vrij hoge factor.

Risicogroepen
Ouderen (vooral na opname in een ziekenhuis of verpleeghuis), chronisch zieken, mensen die veel binnen zitten, mensen die consequent zonnebrand en dagcrèmes gebruiken, allochtonen, mensen met flink overgewicht en alcoholisten.

Het laatste decennium is door huidartsen gewaarschuwd voor te lang zonnebaden. Nu duidelijk is geworden hoe belangrijk het opnemen van zonlicht is, moet dit worden gerelativeerd. Buiten zijn, in de zon zitten is goed, is ge’zon’d; hele dagen in de zon liggen is voor de huid en de immuniteit juist niet goed. Het sterkste zonlicht met het meeste UV-B (dat dus het vitamine D vormt) is van 11 uur ‘s ochtends tot 3 uur ‘s middags. Het is overigens beter om vaker kort in de zon te zitten dan af en toe langdurig. En het aan te raden in het voorjaar en de vroege zomer de huid te laten wennen aan de zon, met beperkt gebruikt van zonwerende crèmes. Een goede strategie is het om eerst een kwartiertje zonder zonnecrème te zonnen en dan alsnog de crème te gebruiken. Dat komt ook tegemoet aan de huidartsen die voor huidkanker waarschuwen bij overmatig zonnen en aanraden deze uren te vermijden.
In zonnebanken wordt UV-B licht er grotendeels uitgefilterd in verband met het risico op huidkanker. Men gebruikt met name UV-A wat de huid bruin kleurt.
Glas laat UV-B slechts minimaal door.
In de tropen krijgt men iedere dag een flinke dosis zon, maar de huidskleur van mensen die daar wonen is vaak donkerder en dat geeft bescherming. Mensen met een donkere huid zijn natuurlijk in het nadeel in noordelijke streken. Dan wordt de vitamine D vorming vrijwel onmogelijk. Overigens is ieder mens anders en is de vitamine D vorming afhankelijk van het gestel en van persoonlijke factoren.

Dosering en overdosering van vitamine D druppels
Veel mensen en vooral ouderen en chronisch zieken hebben een te lage vitamine D spiegel in het bloed. Mensen zitten veel binnen en ook kinderen spelen minder buiten.
Als u wilt kunt u een laboratorium onderzoek laten doen om uw vitamine D spiegel te bepalen. Dat is ook nuttig als u al langer vitamine D slikt. Te hoge doses zijn niet goed en kunnen toxisch worden. Voor diegene die in een risicogroep vallen, of diegenen die één van de ziekteproblemen heeft waar vitamine D mee wordt geassocieerd, is het nuttig een vitamine D bepaling in het bloed te laten doen. De normaalwaarden van de laboratoria worden steeds meer opgeschroefd, evenals de aanbevolen dagelijkse dosis. De waarden die tegenwoordig nagestreefd worden liggen tussen 50 en 75 nmol/L. Ter vergelijk: mensen die altijd buiten zijn en ook natuurvolkeren hebben spiegels van zo’n 100 nmol/l. Met de genoemde norm zitten hebben de meeste mensen een tekort.
Afgezien van extra zonnebaden kan dan vitamine D als druppels ingenomen worden. Die tellen in IE (internationale eenheden), soms in mcg ( microgrammen, 1 mcg = 40 IE). Een aanbevolen dagdosis is 1000 -2000 IE, zeker als er te weinig zonlicht wordt genoten; soms wordt 50.000 IE in één keer gegeven als het noodzakelijk is. Vooraf kalktabletten nemen is in het laatste geval wel verstandig, omdat de calcium bloedspiegel kan gaan schommelen. In vitaminetabletten zit soms ook vd, maar met een wettelijk maximum van 200 IE. Een zorg is namelijk wel overdosering. Die kan zich uiten in allerlei klachten, bijv. zwakte, desoriëntatie, verminderde eetlust en hartritmestoornissen; dit alles bij een hoge bloed-calciumspiegel die ook aderverkalking in de hand kan werken.
In de natuur komt dat niet voor. Als bij langdurig verblijf in de zon de vitamine D in de huid te veel toeneemt, wordt het door de zon ook weer afgebroken; het is zogenaamde. foto-instabiel. Dan wordt het teruggebracht naar het voorstadium en als dat toeneemt wordt weer opnieuw vitamine D gevormd. Zo is er een dynamisch evenwicht. Bij vitamine D inname geldt dat niet- er kan een hoge en eventueel toxische concentratie ontstaan. Bovendien neem je het lichaam een proces af wat goed en verfijnd werkt.

Voeding
Het vitamine D is slechts gedeeltelijk uit de voeding te halen. Het zit in vette vis zoals zalm, haring en makreel, in levertraan en een beetje in eierdooiers, margarine, boter en volle melk. Levertraan is wel rijk aan vitamine D, maar veel minder dan vroeger.
Er is ook een plantaardig provitamine, ergosterol, bijv. in artisjokken of avocado’s, maar dat is minder werkzaam.

Kinderen en baby’s
Een pasgeboren kind moet beschermd worden tegen overmatige prikkels en daar hoort zonlicht ook bij. Tot 6 maanden is het beter direct zonlicht te vermijden. Regelmatig buiten zijn is wel goed, vanaf ongeveer drie maanden. In moedermelk zit vitamine D, met name in de laatste vetrijke melk (de zogenaamde achtermelk). Wel moet de moeder voldoende voorraad hebben – zij moet wel in de zon!
In de eerste jaren is het goed om kinderen zo weinig mogelijk reguliere medicijnen te geven. Vitamine D is een mineraliserend en verhardend element en daar is bij een kind voorzichtigheid geboden. Het zou alleen gegeven moeten worden als er aanwijzingen zijn dat een kind meer kans heeft op rachitis. Daar kan een antroposofisch arts over adviseren.
Kinderen horen veel buiten te spelen, ook als ze wat ouder worden. Helaas doen ze dat niet allemaal zo graag: binnen trekken de schermen, de beeldschermen van allerlei apparaten. Die schermen geven ook licht, maar zijn ongezond.

Licht
Licht speelt een belangrijke rol in het mensenleven. Niet alleen het licht van de zon maar ook het innerlijke licht. In het denken leeft een mens ook in het licht. Dat zit in spreekwoorden als: er gaat mij een licht op; of : iemand laat zijn licht erover schijnen.
In ons diepere wezen zijn wij eveneens licht. In het Duits is dat mooi zichtbaar, daar zegt men ‘Ich’ ipv ‘Ik ‘en dat ich zit in het woord ‘Licht’. Ons Ik is eigenlijk een lichtwezen. Voor wie in reïncarnatie gelooft kun je zeggen dat we, voor we op aarde komen, in een lichtwereld leven, in een zonnewereld. Na het sterven keren we daarin terug. Op aarde zetten we ons uiteen met de donkere aarde -krachten, en zoals in het samenspel van licht en duister de kleuren ontstaan, is het de kunst een kleurrijk geheel van ons leven te maken. Soms als we wat teveel in het donkere verzeild raken is het goed het licht proberen op te zoeken. Daar kan bijvoorbeeld deze spreuk -ofwel meditatie- bij helpen:

Licht um mich                    Licht om mij
Licht erfülle mich              Licht vervult mij
Licht stärke mich              Licht sterkt mij
Licht befreie mich             Licht bevrijdt mij
Licht stelle mich                Licht stelt mij
Auf mich selber                 Op mijzelf
Ich                                          Ik

 

Rudolf Steiner

We kunnen ons de vraag stellen: is er genoeg licht in mijn leven? En zo niet, is daar iets aan te doen?
Het begin met jezelf blootstellen aan licht, in figuurlijke zin, zoals het beleven van kunst en het lezen van ‘geestrijke’ literatuur, maar ook in letterlijke zin, naar buiten gaan, de natuur in. Het zonlicht schenkt ons dat doorwarmde licht wat in feite ons diepste levenselement is, wat ons Ik sterkt. Vitamine D is naast andere substanties en planten een markante fysieke uitdrukking van het licht.

Huib de Ruiter, huisarts

hdr@de-lemniscaat.nl